Toegelicht

Meer dan 40 vrouwen per jaar gedood door (ex-) partner

8 december 2020 - Laatste update 8 december 2020

16 dagen vol acties en campagne verbinden de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen (25 november) en de Internationale Dag voor de Rechten van de Mens (10 december). Vandaag vraagt het College voor de Rechten van de Mens extra aandacht voor de meest extreme vorm van geweld tegen vrouwen: partnerdoding.

Het aantal dodelijke vrouwelijke slachtoffers ligt al een aantal jaren rond de 40 (in 2019: 44, CBS). De cijfers over 2015-2019 laten zien dat 56% van de vrouwen is gedood door een partner of ex-partner; voor mannen is dat 4%. Ook worden vrouwen vaker dan mannen om het leven gebracht door een ouder of een ander familielid. Al met al is bij ruim 75% van de vrouwen die door moord of doodslag om het leven komen de dader iemand uit de huiselijke kring; bij mannen is dat ruim 13%. Het overgrote deel, meer dan 90% van de daders van moord en doodslag, is man. Dat geldt als het slachtoffer vrouw is, en als het slachtoffer een man is. Er zijn dus grote verschillen tussen de mate waarin vrouwen en mannen slachtoffer of pleger zijn.  

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Mensenrechten leggen verplichtingen op aan de overheid om geweld tegen vrouwen te voorkomen, hen effectieve bescherming te bieden en om maatregelen te nemen als zich een geval van geweld heeft voorgedaan. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), dat voor Nederland sinds 2016 van kracht is.

Daarnaast heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verschillende zaken behandeld waarin het onderzocht of de overheid in een concreet geval aan haar verplichting tot bescherming heeft voldaan in gevallen van geweld in de privésfeer. Het Hof onderzoekt dan of een overheidsinstantie, zoals de politie, wist dat er een reële en acute dreiging bestond, of dat had moeten weten. Verder onderzoekt het Hof  hoe er is opgetreden. Als instanties geen maatregelen treffen die binnen hun bevoegdheid vallen en in redelijkheid van hen verwacht kunnen worden, dan voldoen zij niet aan hun verplichtingen om bescherming te bieden. Dan kan er sprake zijn van een schending van het recht op lichamelijke integriteit van het slachtoffer, of zelfs van het recht op leven. Dus ook als het geen overheidsfunctionaris is die iemand om het leven brengt, dan kan de staat toch verantwoordelijk zijn als een man zijn partner doodt.

Ondanks alle inspanningen van de Nederlandse overheid blijft het aantal gevallen van geweld door partners en ex-partners erg hoog, met als meest extreme vorm partnerdoding. Wat kan en moet de overheid meer doen om te voorkomen dat mannen hun (ex-)partners doden?

Omgaan met concrete dreigingen

Vrouwen zijn veel vaker slachtoffer van geweld in de privésfeer dan mannen. Volgens het CBS zijn de motieven ‘huiselijke omstandigheden (zoals een echtelijke ruzie) en jaloezie’. Dat is een te simpele weergave van de werkelijkheid. Geweld vindt niet (alleen) plaats in een opwelling of als een situatie uit de hand loopt. Geweld door de partner is vaak een middel om de verhoudingen in de relatie te bepalen. Denk aan mannen die het niet kunnen verdragen dat zij geen controle hebben over het doen en laten van hun vrouw, er niet mee kunnen omgaan dat zij hun baan kwijt zijn en hun vrouw de kostwinner in het gezin is, of het niet kunnen verkroppen dat zij een eind heeft gemaakt aan de relatie. De Groep van Deskundigen (GREVIO) die toezicht houdt op de naleving van het Verdrag van Istanbul, concludeerde in haar evaluatie dat het Nederlandse beleid onvoldoende rekening houdt met de bestaande machtsverschillen tussen vrouwen en mannen en met stereotiepe opvattingen over de rollen van vrouwen en mannen.

Wanneer instanties uit gaan van gelijkwaardigheid in een relatie dan stellen zij zich op het standpunt dat waar twee vechten, er twee schuld hebben. De aard en ernst van het geweld verschilt bij mannelijke en vrouwelijke slachtoffers en plegers. Dat blijkt ook uit de cijfers over moord en doodslag in Nederland. Dat kan ertoe leiden dat bijvoorbeeld politie of andere instanties niet adequaat reageren op een concrete dreiging. Uit een reactie van minister Grapperhaus op het onderzoek door de Inspectie van J&V naar het optreden van de instanties die betrokken waren bij de zaak van Hümeyra Ergincanli, die in december 2018 door haar ex-vriend is doodgeschoten, blijkt dat er stappen worden gezet om de werkwijze van instanties die met geweld in de privésfeer te maken hebben te verbeteren. 

Fundamentele oorzaken aanpakken

Er is meer nodig. Om de achterliggende oorzaken van geweld in de privésfeer aan te pakken, is krachtiger beleid nodig om gendergelijkheid te bereiken. Dat begint met erkenning voor de relatie tussen gender en geweld in de privésfeer. Omdat gender een rol speelt bij dit geweld, is het noodzakelijk dat gender ook een rol speelt bij het voorkomen en bestrijden ervan.

Verder lezen

Dossier gendergelijkheid

Dossier geweld tegen vrouwen

Dossier huiselijk geweld

Onderwerpen

geweld tegen vrouwen