Toegelicht

Met welke discriminatieklachten over de QR-code kun je bij het College terecht (en met welke niet)?

13 december 2021 - Laatste update 3 januari 2022

Op het moment moet je op verschillende plekken in Nederland een coronatoegangsbewijs (QR-code) kunnen laten zien om ergens binnen te komen.  De wetgeving hierover verplicht horecaondernemers, evenementenorganisatoren en bioscopen en theaters ertoe jou te vragen naar je QR-code. Het College heeft de afgelopen weken veel klachten ontvangen van mensen die vinden dat zij worden gediscrimineerd. Veel van die discriminatieklachten kunnen echter niet in behandeling worden genomen. We lichten toe met welke discriminatieklachten je wel en niet bij het College terecht kunt.

QR-code wordt gescand

Gelijkebehandelingswetgeving

Het College heeft de bevoegdheid om discriminatieklachten te onderzoeken die vallen binnen het bereik van de gelijkebehandelingswetgeving. De gelijkebehandelingswetgeving verbiedt discriminatie op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en bij het aanbieden van goederen en diensten

Wanneer een ondernemer, dienstverlener of werkgever op eigen initiatief een coronatoegangsbewijs eist zonder dat deze daartoe wettelijk verplicht is, kan het College onderzoeken of deze eis mogelijk discriminatie oplevert. Daarbij zal het dan doorgaans gaan om discriminatie op grond van godsdienst (voor mensen die religieuze bezwaren hebben tegen vaccinatie) of om discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte (voor mensen die zich vanwege een handicap of ziekte niet kunnen laten vaccineren). Mensen die om andere redenen bezwaar hebben tegen vaccinatie, bijvoorbeeld omdat ze twijfelen over de veiligheid van de vaccins, kunnen geen bescherming ontlenen aan de gelijkebehandelingswetgeving.

Klachten tegen ondernemers vaak niet-ontvankelijk

De afgelopen tijd zijn er veel discriminatieklachten ingediend tegen horecaondernemingen, evenementorganisatoren, bioscopen of theaters die een coronatoegangsbewijs eisen. De handelingen en beslissingen van deze ondernemers vallen wel onder het bereik van de gelijkebehandelingswetgeving, maar zijn niet kansrijk. Er geldt namelijk een wettelijke plicht voor deze ondernemingen om te controleren op het coronatoegangsbewijs en alleen personen met zo’n bewijs toe te laten. Het is niet een vrije beslissing van de ondernemers om een coronatoegangsbewijs te eisen, maar een verplichting die hen is opgelegd door de overheid die dat in een wet heeft geregeld. Deze wet geeft de ondernemers geen ruimte om uitzonderingen te maken op de plicht tot het tonen van een coronatoegangsbewijs. Daarom zijn deze discriminatieklachten ‘niet-ontvankelijk’, wat betekent dat er geen inhoudelijke behandeling komt van de klacht.

Klachten tegen de Staat, de wetgever of de minister: College onbevoegd

Naast tegen ondernemers, richten veel van de discriminatieklachten zich tegen de Staat, de wetgever of de minister van VWS. De gelijkebehandelingswetgeving  geldt niet bij ‘eenzijdig overheidshandelen’. Dat zijn de zaken die de overheid regelt omdat dat haar taak is. Het vaststellen van wetten is volgens de Nederlandse Grondwet een bevoegdheid van de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. En in het geval van de coronamaatregelen is op basis van een aantal wetten de minister van VWS bevoegd om bepaalde beslissingen te nemen over het opleggen van een plicht tot tonen van het coronatoegangsbewijs. In beide gevallen is dus sprake van eenzijdig overheidshandelen. En dat betekent dat het College die klachten niet in behandeling kan nemen, omdat het College niet bevoegd is om over dit soort overheidsoptreden een oordeel te geven.

Meer informatie

Onderwerpen