Toegelicht

Rechter oordeelt dat fraudedetectiesysteem SyRI in strijd is met mensenrechten

5 februari 2020 - Laatste update 22 juni 2020

Niemand wil bij voorbaat verdacht zijn, zonder dat de overheid een concrete aanwijzing heeft. Dit was de aanleiding voor verschillende maatschappelijke organisaties om een rechtszaak aan te spannen tegen de staat. De overheid gebruikt het Systeem Risico Indicatie (SyRI) om sociale zekerheidsfraude op te sporen. Volgens de organisaties is het gebruik van SyRI in strijd met mensenrechten, specifiek het recht op respect voor het privéleven. De rechtbank oordeelde vandaag dat dit inderdaad zo is. Het College zal deze uitspraak meenemen in zijn werk op het gebied van digitalisering.

Wat speelt er?

De overheid gebruikt het Systeem Risico Indicatie om fraude op het gebied van sociale zekerheid te bestrijden. SyRI koppelt (persoons)gegevens uit databases van verschillende overheidsinstanties aan elkaar en analyseert ze. Uit deze analyse kan naar voren komen dat de overheid iemand als verhoogd risico om te frauderen met uitkeringen, toeslagen of belastingen moet aanmerken. Het systeem geeft deze risicomeldingen door aan de overheidsinstanties die om de analyse hebben gevraagd. Zij kunnen er vervolgens op acteren.

Gebruik van SyRI botst met recht op privéleven

De maatschappelijke organisaties, opererend onder de naam Bij Voorbaat Verdacht, vonden dat door het gebruik van SyRI een inbreuk wordt gemaakt op mensenrechten. Zij beriepen zich met name op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In dit artikel staat het recht op respect voor het privéleven. In de wetgeving voor het gebruik van SyRI staan volgens de maatschappelijke organisaties te weinig waarborgen om bescherming van artikel 8 EVRM te kunnen garanderen. 

Overheid meende dat SyRI voldeed

De Nederlandse overheid stelde dat er in de wet voldoende waarborgen zijn opgenomen. Door deze waarborgen zou misbruik worden voorkomen en wordt het privéleven alleen op een strikt noodzakelijke manier ingeperkt. 

Wat vindt de rechter?

In sommige gevallen mag de overheid mensenrechten inperken. De inperking moet in dat geval voldoen aan verschillende voorwaarden. Zo ook in het geval van een inperking van artikel 8 EVRM. De rechter kijkt in de uitspraak of het gebruik van SyRI voldoet aan de voorwaarden om een gerechtvaardigde inperking op het recht op bescherming van het privéleven te maken. 

Inperking van mensenrecht moet noodzakelijk zijn

Eén van de voorwaarden is dat een inperking noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving. De rechter kijkt of de inperking een legitiem doel dient en proportioneel is. 

Doel van SyRI is legitiem

Met betrekking tot het eerste oordeelt de rechter dat de SyRI-wetgeving inderdaad een legitiem doel dient. De fraude op het gebied van sociale zekerheid en bijstand is in financiële zin omvangrijk en veroorzaakt maatschappelijke schade. Er is zodoende een dwingende maatschappelijke behoefte om in het belang van het economisch welzijn maatregelen te treffen, legde de rechter uit. 

Middel is niet proportioneel 

Waar het gaat om proportionaliteit oordeelt de rechter anders. De waarborgen die in de SyRI-wetgeving zijn opgenomen om het privéleven te beschermen zijn onvoldoende. De overheid biedt onvoldoende inzicht in de werking en het gebruik van het risicomodel. 

Beslissingen zijn niet te controleren

De overheid heeft ook niet gezorgd voor waarborgen die dit gebrek aan inzicht kunnen compenseren. Hierdoor kunnen burgers ook niet controleren of de overheid met de inzet van SyRI onbedoeld verbanden legt die discriminerend zijn. 

Geen check of al die gegevens nodig zijn

Daarnaast toetst de overheid voorafgaand aan het gebruik van SyRI voor een bepaald project niet of het voor de doelstelling van het project noodzakelijk is om alle beoogde persoonsgegevens te verwerken. Dit is niet in lijn met de privacybeginselen van doelbinding en dataminimalisatie. 

Uitspraak: gebruik SyRI strijdig met mensenrechten

De rechter concludeert op basis daarvan dat er sprake is van een inbreuk van artikel 8 van het EVRM en dat de SyRI-wetgeving met betrekking tot de inzet van SyRI dus strijdig is met de mensenrechten.    

Wat doet het College?

Het thema digitalisering en mensenrechten is vanaf 2020 één van de strategische programma’s van het College voor de Rechten van de Mens. Binnen dit programma zal het College zich focussen op andere relevante mensenrechten, in het bijzonder discriminatie (bijvoorbeeld door algoritmes bij werving en selectie) en rechtsbescherming. 

Onbedoeld discrimineren

De uitspraak van de rechtbank Den Haag is daarvoor ook relevant. De rechter benoemt dat de overheid door het gebruik van nieuwe technologieën, zij het onbedoeld, vooroordelen en discriminatie in stand kan houden of zelfs kan versterken. 

Hoe kan je je recht halen?

Het gebruik van nieuwe technologieën door de overheid kan daarnaast gevolgen hebben voor de rechtsbescherming van burgers. Zeker wanneer niet duidelijk is hoe deze technologieën precies werken en welke gegevens daarvoor worden gebruikt. Transparantie van systemen is ook vanuit het perspectief van rechtsbescherming dus essentieel. 

Welke maatschappelijke organisaties spanden de rechtszaak aan?

Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP, de landelijke Cliëntenraad, FNV en Deikwijs Advocaten. Auteur Tommy Wieringa en publicist en filosoof Maxim Februari waren individuele mede-eisers.

Meer informatie

Onderwerpen