Toegelicht

Terugdringen vrijheidsbeperking in de zorg

4 september 2015 - Laatste update 26 januari 2016

Er zijn nog inspanningen nodig om vrijheidsbeperking in de geestelijke gezondheidszorg verder terug te dringen.

Terugdringen vrijheidsbeperking in de zorg

Wat speelt er?

Vrijheidsbeperking in de zorg is een ingrijpende maatregel en tast de kwaliteit van leven van de cliënten ernstig aan. De geestelijke gezondheidszorg (GGZ), ouderenzorg en gehandicaptenzorg werken hard aan het terugdringen van vrijheidsbeperking. Instellingen nemen steeds meer maatregelen om vrijheidsbeperkingen zoveel mogelijk te voorkomen. Toch zijn er nog inspanningen nodig om vrijheidsbeperking verder terug te dringen. Dit blijkt uit de onderzoeken 'GGZ-instellingen investeren in terugdringen separatie' en 'Toezicht vrijheidsbeperking onder dwang' van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Zo'n tien jaar geleden maakten GGZ-instellingen in Nederland, in vergelijking met andere landen, erg vaak gebruik van separatie van psychiatrische cliënten. De IGZ constateert dat Nederland nu onder het Europese gemiddelde zit. Een kleine groep instellingen zorgt voor een verdere daling van het aantal én de duur van separaties. Ook worden separeerruimtes minder gebruikt. Een derde van de instellingen maakt zich de normen minder snel eigen en deze had intensiever inspectietoezicht nodig. Bij zes instellingen was veel druk nodig om te komen tot de gewenste verbeteringen. De IGZ dringt er bij de GGZ-instellingen op aan op om korte termijn te komen tot een multidisciplinaire richtlijn Dwang en drang. In haar reactie op het IGZ-rapport onderschrijft minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deze oproep.

In de zorg voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking ziet de IGZ toe op het terugdringen van vrijheidsbeperking, vooral gericht op het afzonderen, separeren, fixeren en gebruik van dwangmedicatie. Veel zorgaanbieders is het gelukt om deze maatregelen helemaal af te schaffen, zelfs in heel complexe situaties. Bewust beleid gericht op afbouw en hulp van een niet bij de behandeling betrokken professional blijken succesvol.

Uit onderzoek van de IGZ blijkt dat het besluit tot en de evaluatie van een dwangbehandeling in multidisciplinair overleg plaats vinden. Steeds vaker wordt gekeken naar het inzetten van minder zware middelen of alternatieven voor vrijheidsbeneming. Toch wachten instellingen nog te lang met het inschakelen van een externe deskundige om dwangbehandeling af te bouwen en zetten zij nog gedwongen medicatie in. Verder komt het nog te vaak voor dat cliënten op hun eigen kamer worden opgesloten en ook onrustbanden worden nog te vaak gebruikt. De IGZ blijft hameren op verbetering.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Vrijheidsbenemende maatregelen beperken vanzelfsprekend het recht op vrijheid en veiligheid. Ook het verbod van foltering en het recht op een eerlijk proces (rechterlijke beoordeling van besluiten) zijn relevant. Volgens de meeste internationale verdragen en verklaringen mag de vrijheid beperkt worden bij onmiddellijk gevaar voor de cliënt zelf of voor anderen.

Dwang moet wel een uiterst middel zijn. Dwangmaatregelen dienen verder op de minst belastende wijze worden uitgevoerd en de toepassing ervan moet regelmatig worden geëvalueerd. De persoon in kwestie moet zoveel mogelijk bij de besluitvorming worden betrokken. Dwangmaatregelen mogen alleen plaatsvinden in daarvoor geschikte voorzieningen en onder medisch toezicht in de context van het behandelplan.

Het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap acht dwangmaatregelen strijdig met mensenrechten en spoort aan tot het afschaffen van beleid en wettelijke bepalingen die gedwongen zorg toestaan.

Verder lezen

Datum

Titel artikel Bron
05-06-2015 GGZ-instellingen onvoldoende gemotiveerd om separaties verder terug te dringen LPGGZ
26-10-2014 Thematische wetsevaluatie Gedwongen zorg ZonMwL

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?