Toegelicht

Verplichte anticonceptie voor vrouwen op gespannen voet met mensenrechten

11 oktober 2021 - Laatste update 11 oktober 2021

Sinds de invoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) op 1 januari 2020 hebben zes vrouwen met ernstige psychiatrische problematiek verplichte anticonceptie gekregen. Dat voorkomt dat vrouwen, waarvan redenen bestaan om te vrezen dat zij niet voor kinderen kunnen zorgen of een gevaar kunnen zijn voor hun toekomstige kind, zwanger worden. Verplichte anticonceptie vormt echter een ernstige inbreuk op de mensenrechten van vrouwen. Het College maakt zich zorgen om deze ontwikkeling. Het is van groot belang om terughoudend om te gaan met het verlenen van deze vorm van gedwongen zorg. Volgens het College moet dit alleen gedaan worden in uitzonderlijke situaties en als aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 

De Wvggz geldt voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel (gevaar) veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. Dit om de rechten van deze en andere mensen te beschermen. De Wvggz bepaalt dat verplichte zorg mogelijk is, als vrijwillige zorg niet mogelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen. De rechter heeft verzoeken van psychiaters om op basis van deze wet verplichte anticonceptie aan vrouwen te geven toegekend.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Aantasting lichamelijke integriteit en reproductieve rechten

Het toedienen van verplichte anticonceptie door het plaatsen van een implantaat of een spiraaltje raakt in de eerste plaats het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze vrouwen (artikel 8 EVRM). Onder dit recht vallen het recht op bescherming van de lichamelijke integriteit en het recht op zelfbeschikking. Deze rechten zijn ook in de Nederlandse Grondwet vastgelegd (artikel 10 en 11). Het gaat hier om de onaantastbaarheid van het lichaam. Dat houdt in dat anderen zich niet tegen je wil met jouw lichaam mogen bemoeien. Andere burgers niet en de overheid niet.

Onvrijwillige medische behandelingen zijn een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Dat is ook het geval als het gaat om een ingreep die op zichzelf niet heel belastend is. Bovendien is het onder dwang toedienen van hormonen door het plaatsen van een implantaat of een spiraaltje wèl een belastende ingreep voor een vrouw. Het toedienen van anticonceptie is dus op zichzelf al een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Daar komt bij dat de vrouw hierdoor niet meer zelf kan beslissen of zij wel of geen kinderen wil. Ook de vrijheid om deze beslissing te kunnen nemen is een mensenrecht: artikel 12 van het Vrouwenverdrag beschermt het recht van vrouwen op gezondheid; daaronder valt het recht zelf over het lichaam te beschikken. En het houdt ook seksuele en reproductieve vrijheid in.

Rechten in het VN-verdrag handicap

Sinds 2016 geldt het VN-verdrag handicap in Nederland. Dit verdrag waarborgt de rechten van mensen met een beperking, waaronder mensen met een langdurig psychische kwetsbaarheid. Het VN-Verdrag handicap garandeert in artikel 23 hun recht om in vrijheid en bewust te beslissen over het gewenste aantal kinderen en geboortespreiding. Zij hebben recht op toegang tot informatie, voorlichting over reproductieve gezondheid en geboorteplanning. Nederland heeft bij dit artikel destijds een interpretatieve verklaring afgelegd waarin staat dat de belangen van het kind doorslaggevend zijn. Daar werd kritisch op gereageerd, onder meer door de Raad van State en het College. Vanwege het gebod tot gelijke behandeling van mensen met en zonder beperking, maar ook omdat de tekst van de verklaring geen ruimte leek te laten voor een belangenafweging. De verklaring mag niet zo gelezen worden, dat er geen belangenafweging plaats kan vinden, want dan zouden de grenzen van de strekking en het doel van het verdrag overschreden worden.

Voorwaarden voor rechtvaardiging verplichte anticonceptie

Het toedienen van verplichte anticonceptie is dus een inbreuk op het recht op lichamelijke integriteit. Niet elke inbreuk op dit recht is meteen een schending van mensenrechten. Als aan een aantal voorwaarden is voldaan, kan de inbreuk te rechtvaardigen zijn. Die voorwaarden zijn ook in mensenrechtenverdragen vastgelegd. Elk geval moet uiterst zorgvuldig bekeken worden:

  • Is er een wettelijke basis voor de inbreuk? De Wvggz dient als basis voor deze vorm van zorg. Het doel van de Wvggz is het terugdringen van gedwongen zorg. Het toedienen van de anticonceptie tegen de wil kan alleen plaatsvinden als daarvoor een procedure is doorlopen, waarna uiteindelijk de rechter beslist of het noodzakelijk is.
     
  • Dient de inbreuk een legitiem doel? De bescherming van de rechten van anderen is een doel waarvoor een inbreuk gerechtvaardigd kan zijn. Hierbij speelt de vraag of het in het belang van de (toekomstige) kinderen van de vrouw is. De rechter heeft zich er bij de afweging niet over uitgelaten of ongeboren, zelfs onverwerkte, kinderen ‘anderen’ zijn.
     
  • Is de inbreuk noodzakelijk? Daarbij is de vraag of echt alle andere mogelijkheden om het doel te bereiken zijn uitgeput. Was het echt op geen enkele andere manier mogelijk om te voorkomen dat de betrokken vrouw zwanger zou raken, dan wel om, in het geval van een zwangerschap, maatregelen te nemen om haar daarbij te ondersteunen en zo nodig haar (ongeboren) kind te beschermen. Bij de belangenafweging moet het effect van de maatregel worden afgewogen tegen het nadeel voor betrokken vrouw. Hierbij geldt tevens dat de maatregel niet voor een langere periode mag worden opgelegd dan strikt noodzakelijk, en niet zonder nieuwe toets mag worden verlengd.
     
  • Is de maatregel effectief? Draagt het toedienen van verplichte anticonceptie eraan bij dat de betrokken vrouw haar kinderen niets aandoet? Een vrouw die niet zwanger kan raken, kan haar (ongeboren) kind niets aandoen. Echter, deskundigen zijn sceptisch over de effectiviteit van de maatregel in zijn algemeenheid. Onder meer de artsenfederatie KNMG wijst erop dat het niet goed mogelijk is vooraf te weten bij welke vrouwen er een groot risico is.

Aangezien er sprake is van een ernstige inbreuk op mensenrechten is het van groot belang dat er zeer terughoudend mee omgegaan wordt en dat het alleen in uitzonderlijke, individuele situaties wordt toegepast. Er is altijd een risico dat deze vorm van gedwongen zorg vaker wordt toegepast, ‘voor de zekerheid’. Dat is niet toegestaan. Er zijn juridische mogelijkheden om ongeboren kinderen te beschermen. En mogelijkheden om bij onverantwoord ouderschap aan te dringen op het gebruik van anticonceptie. Daarbij moet dan ook de rol van mannen worden meegenomen. Zij blijven in deze gevallen buiten beeld.

Tot slot

Kindermishandeling is een ernstig en groot probleem, dat een daadkrachtige aanpak vereist. Mensenrechtenverdragen verplichten de overheid tot het nemen van een pakket aan maatregelen. Vooral het Kinderrechtenverdrag is hier belangrijk. Staten moeten er alles aan doen om kindermishandeling te voorkomen en te bestrijden. Het opleggen van verplichte anticonceptie bij bepaalde kwetsbare vrouwen is echter niet effectief en vanuit het oogpunt van mensenrechten onaanvaardbaar.

Verder lezen

Guaranteeing sexual and reproductive health and rights for all women, in particular women with disabilities" - Joint statement by the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and the Committee on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women, 29 August 2018