Toegelicht

Vrijheid van meningsuiting veelbesproken

15 september 2014 - Laatste update 22 juni 2020

Wat speelt er?De laatste maanden is er veel te doen geweest rondom de vrijheid van meningsuiting en, in het verlengde daarvan, de vrijheid om te demonstreren. Op 12 juli 2014 voerden demonstranten bij een betoging tegen het Israëlisch geweld in Gaza op het Spuiplein in Den Haag borden met hakenkruizen mee, die politie ter plekke innam. Op 24 juli waren er pro-Gazademonstraties in de Schilderswijk, ook Den Haag, met antisemitische leuzen en IS-vlaggen. De demonstratie verliep onrustig. Het Openbaar Ministerie (OM) onderzocht vervolgens of er strafbare feiten waren gepleegd en de politie hield twee mensen aan vanwege ‘het in vereniging aanzetten tot geweld tegen een bevolkingsgroep wegens geloof en ras’ (art. 137d Sr). Deze werden enkele dagen later weer vrijgelaten. Op 10 augustus liep een tegendemonstratie van Pro Patria tegen de IS in de Schilderswijk uit de hand. De betogers komen in conflict met tegendemonstranten, journalisten worden belaagd, politie en ME grepen in en arresteerden ter plekke zes mensen.

 

Veel consternatie was er omdat de Haagse burgemeester Van Aartsen zijn vakantie niet onderbrak en pas op 14 augustus weer in de stad was. Bij terugkeer kondigde de burgemeester een voorlopig demonstratieverbod af ter voorkoming van wanordelijkheden in de Schilderswijk. Op 21 augustus schrijft hij dat ‘in ieder geval gedurende twee maanden dergelijke demonstraties in beginsel in geen enkele woonwijk kunnen plaatsvinden’. Vijf verschillende groeperingen hebben zich bij de gemeente Den Haag aangemeld om op 20 september te gaan demonstreren.

Deze ontwikkelingen roepen de vraag op tot hoever de demonstratievrijheid reikt. Wanneer mag de burgemeester demonstraties in zijn stad verbieden en waar moeten demonstranten zich aan houden?

Tegelijk laaide het debat op over de grenzen van vrije meningsuiting op de sociale media. De YouTube-video met de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley werd meteen veelvuldig gedeeld. YouTube verwijderde snel verschillende versies en Twitter deed hetzelfde met links naar het filmpje. CDA-leider Sybrand Buma verklaarde aanhangers van onder meer IS harder te willen aanpakken en een wetsvoorstel te maken om ‘het verheerlijken van terrorisme’ strafbaar te stellen. De internetblog GeenStijl vertoonde een montage waarbij het hoofd van burgemeester Van Aartsen over dat van James Foley was geplakt. Ook via tweets en commentaar over en weer worden de grenzen opgezocht van wat gezegd mag worden en wat beledigend of haatzaaiend is.

Mensenrechten

  • Demonstratievrijheid
  • Dit recht is vastgelegd in art. 9 Grondwet (GW) en volgt ook uit art. 11 lid 1 EVRM art. 21 IVBPR. Het is geen absoluut recht, dat wil zeggen, het mag wettelijk beperkt worden. Art. 9 lid 2 GW geeft aan onder welke voorwaarden dat mag: ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding van wanordelijkheden. In Nederland heeft de burgemeester de bevoegdheid hierover te beslissen. Op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) en de lokale Algemene plaatselijke verordening (APV) moet een demonstratie tevoren schriftelijk aangemeld worden. In de Haagse APV is dat 4 x 24 uur tevoren. Het gaat alleen om aanmelden, niet om het aanvragen voor een vergunning want die is niet nodig. De burgemeester kan dan voorschriften en beperkingen stellen of een demonstratie helemaal verbieden op grond van bovengenoemde redenen (art. 5 lid 1 Wom).

De wet biedt de burgemeester geen ruimte om een algeheel demonstratieverbod af te geven, ook al is het voor één bepaalde plek of wijk. De burgemeester zal bij elke demonstratie moeten toetsen of er gevaar dreigt voor verkeer en gezondheid en of er vrees is voor wanordelijkheden. In dat geval kan hij de omvang of de duur beperken en in een uiterst geval de betoging verbieden. De burgemeester mag zijn besluit niet baseren op de inhoud van de demonstratie. Burgemeester Van Aartsen heeft te kennen gegeven de aangemelde betogingen vanwege vrees voor wanordelijkheden te willen beperken: niet in de Schilderswijk maar op een andere locatie. De gemeente besluit dit afhankelijk van bijvoorbeeld degenen die willen demonstreren en hoeveel mensen verwacht worden.

De demonstratievrijheid vestigt een negatieve verplichting voor de staat, namelijk om zich in principe te onthouden van beperking van vreedzame demonstraties. De staat heeft daarnaast ook de positieve verplichting om ervoor te zorgen dat de betogingsvrijheid effectief kan zijn. Dus geen verwijzing naar een afgelegen veldje waar niemand je ziet, maar wél zo nodig zorgen voor politiebeveiliging.

  • Recht op vrije meningsuiting
  • Dit mensenrecht is vastgelegd in art. 7 GW, art. 19 IVBPR, art. 10 EVRM en artikel 11 EU-Grondrechtenhandvest. Het recht om in vrijheid een mening te kunnen vormen en deze ook in vrijheid te kunnen uiten in bijvoorbeeld de media, zonder voorafgaande toestemming, zijn absolute voorwaarden voor een democratische samenleving. Het uitoefenen van de menings- en uitingsvrijheid kan onrecht aan het licht brengen en biedt iedereen de vrijheid zich kritisch te mengen in politieke discussies. Daarbij is een onafhankelijke, diverse en vrije pers een onmisbare voorwaarde. De overheid mag dus geen censuur uitoefenen.

Het recht op vrije meningsuiting biedt niet alleen bescherming aan denkbeelden die positief of onverschillig worden ontvangen, maar ook aan meningsuitingen die mogelijk als kwetsend, schokkend en/of verontrustend ervaren worden. Maar net als de demonstratievrijheid is de vrijheid van meningsuiting geen absoluut recht: het mag door de overheid ingeperkt worden als dit nodig is om de rechten of goede naam van anderen te beschermen of in het belang van de nationale veiligheid of ter bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

Artikel 7 GW garandeert dan ook de vrije meningsuiting 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Dit betekent dat beperkingen in de wet moeten zijn voorzien. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Auteurswet en het Wetboek van Strafrecht (Sr). Wanneer sprake is van aanzetten tot geweld, opruiing, racisme of het beschadigen van iemands reputatie, kan de rechter na een belangenafweging besluiten dat een strafbaar feit is gepleegd en dat beperking van het recht op vrije meningsuiting gerechtvaardigd is. Het oproepen tot terreurdaden is niet specifiek strafbaar gesteld. Art. 5 van de Anti-Terrorisme Conventie van de Raad van Europa verplicht weliswaar maatregelen te nemen tegen het aanzetten tot terrorisme maar de Nederlandse overheid vindt dat geen nieuwe wetgeving nodig is omdat de strafbaar te stellen gedragingen al binnen de reikwijdte van het Wetboek van Sr vallen.

Hieronder volgt een korte opsomming van de strafrechtelijke bepalingen.

  • Artikel 137c Sr stelt strafbaar om het zich in het openbaar beledigend uit te laten over een groep wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap.
  • Artikel 137d Sr bevat een verbod tot het in het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld tegen leden van groepen vanwege bovengenoemde kenmerken en ook vanwege geslacht.
  • Artikel 137e Sr verbiedt het openbaar maken, verspreiden of ter verspreiding in voorraad hebben van publicaties met een dergelijke inhoud. Ook ongevraagde toezending valt hieronder.
  • Art. 131 - 132 Sr strafbaarstelling van het opruien tot geweld en tot het plegen van strafbare feiten, zowel offline als online.
  • Strafbaarstelling van smaad (artikel 261 Sr), laster (artikel 262 Sr) en eenvoudige belediging (artikel 266 Sr). Deze beschermen individuen tegen onterechte beschuldigingen. Als het gaat om opzettelijke belediging van de Koning(in) zijn de artikelen 111 -113 Sr aan de orde. Het oude artikel 147 Sr, het verbod op 'smalende godslastering', is onlangs door de wetgever uit het wetboek geschrapt.

De rechter beslist steeds per geval of de strafbare grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden zijn of niet. Daarbij weegt de rechter de verschillende belangen en vrijheden (bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, non-discriminatie) tegen elkaar af. Aangezien er geen hiërarchie van mensenrechten bestaat, kan deze afweging per zaak anders zijn.

In de media

Datum

Titel artikel Bron
04-09-2014 Ook demonstratie tegen racisme op 20 september' Nieuws.nl
23-08-2014 Meningsuiting of oproep tot terreur, waar ligt de grens? Het Parool
22-08-2014 'Mag je een video van een onthoofding delen?' NRC
21-08-2014 'Even niet dé demonstratiestad' NRC

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?