College aanwezig bij 87e zitting Comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD)

25 augustus 2015 - Laatste update 27 januari 2016

Op 18 en 19 augustus 2015 besprak het Comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD) de 19e-21e rapportage van Nederland. Het Comité bestaat uit 18 onafhankelijke deskundigen. Het VN Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie verplicht staten te rapporteren over de vorderingen in de naleving van het Verdrag. De rapportage van de regering vormt de basis voor de ‘constructieve dialoog’, een openbare bijeenkomst waarin de leden van het CERD vragen stellen aan een Nederlandse delegatie. Op 28 augustus neemt het CERD conclusies aan. Daarin benoemt het positieve ontwikkelingen en zorgpunten met aanbevelingen. Naast het rapport van de regering beschikt het CERD over rapportages van ngo’s en het nationaal mensenrechteninstituut. Omdat het College een nationaal mensenrechteninstituut met A-Status is mocht het tijdens de zitting een presentatie houden.

College aanwezig bij 87e zitting Comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD)

Tijdens de dialoog was onder meer aandacht voor de situatie op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, arbeidsmarktdiscriminatie, het woonwagenbeleid van gemeenten, de positie van Roma en Sinti, het beleid over inburgering en integratie van immigranten, de behandeling van klachten over discriminatie, etnisch profileren door de politie en over de contacten van de overheid met migrantenorganisaties. Veel aandacht was er voor de manier waarop politie en justitie omgaan met racistische uitingen in het publieke debat. Daarbij was specifieke aandacht voor discriminatie van mensen van Afrikaanse herkomst.

Verschillende leden wilden meer uitleg over de manier waarop de autoriteiten de balans vinden tussen het beschermen tegen discriminatie en het garanderen van het recht op vrije meningsuiting. Ook ging het over de maatregelen die Nederland neemt om discriminatie door werkgevers en uitzendbureaus te voorkomen en te bestrijden. Ook kwam het onderwerp vooroordelen en stereotypen aan de orde en de rol die mensenrechteneducatie kan spelen bij het herkennen ervan.

Ook was er aandacht voor de figuur van Zwarte Piet. De meeste Comitéleden hebben hierover vragen gesteld en kritische opmerkingen gemaakt. Sommige leden informeerden naar de stappen die Nederland zal zetten, anderen noemden de traditie ronduit discriminerend en drongen aan op aanpassing. Wat er precies in de conclusies komt zal nog moeten blijken, maar dat er een aanbeveling over aanpassing komt ligt voor de hand.

De toon van de dialoog is kritisch, maar Comitéleden benadrukken het constructieve karakter van de dialoog: gericht op verbetering. De Nederlandse delegatie bestond uit ambtenaren van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid & Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken en van St. Maarten en Aruba. De uitkomst van de dialoog wordt op 28 augustus gepubliceerd.

Alle documentatie van de zitting is hier te vinden