"Gelijke rechten moeten ook opgaan voor Caribisch Nederland"

31 december 2019 - Laatste update 22 juni 2020

“Als ik de situatie van nu vergelijk met de situatie van twee jaar geleden, zie ik overal verbeteringen. Ik zie veel enthousiasme om er samen de schouders onder te zetten.” Adriana van Dooijeweert is enthousiast over de ontwikkelingen op Saba, Sint-Eustatius en Bonaire. Begin deze maand bezocht de voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens Caribisch Nederland om te zien in hoeverre het lukt om mensenrechten te respecteren.

Van Dooijeweert sprak op Saba onder anderen met gezaghebber Jonathan Johnson en Tim Muller, secretaris van de Eilandsraad. Op Sint Eustatius legde de voorzitter haar oor te luister bij de politie. Op Bonaire bezocht ze Pasadia Villa Antonia, een dagopvangcentrum voor ouderen, de nieuwe gevangenis en enkele lokale organisaties. 

Eerste publieke homohuwelijk op Sint-Eustatius

Op Sint-Eustatius traden Christopher Russel en Walter Hellebrand in het huwelijk. Zij waren daarmee het eerste stel van hetzelfde geslacht dat publiekelijk in het huwelijksbootje stapten. Als voorzitter mocht Van Dooijeweert de plechtigheid leiden. Ze hield een toespraak over het belang van in openheid kunnen uitkomen voor en beleven van de liefde zoals jij die voelt. 

Vier aandachtspunten

Caribisch Nederland laat met deze ontwikkelingen zien vastbesloten te zijn mensenrechten steeds beter te beschermen. Toch hebben enkele punten absoluut aandacht nodig. Van Dooijeweert lichtte er vier uit.

1. Geweld tegen vrouwen verdient meer aandacht

Tijdens het evenement ‘Black and Blue’ van Saba’s Domestic Violence Platform sprak Van Dooijeweert over huiselijk geweld en de relatie tussen huiselijk geweld en mensenrechten. Ze gaf aan hoe belangrijk bewustwording is. Slachtoffers en hulpverleners rapporteren huiselijk geweld nauwelijks en daardoor vervolgt het Openbaar Minister de daders niet. Het College voor de Rechten van de Mens zal in haar nieuwe Strategisch Programma 2020-2024 zich inzetten om geweld tegen meisjes en vrouwen tegen te gaan, ook op de eilanden van Caribisch Nederland.

2. Mensenrechtenprojecten zijn gebaat bij structurele financiering

Wat de voorzitter opvalt is dat vooral lokale non-gouvernementele organisaties (NGOs) afhankelijk zijn van incidentele fondsen vanuit Nederland. Deze organisaties moeten werken met subsidies per project in plaats van structurele fondsen. Dit is niet bevorderlijk voor de continuïteit. 

3. Structurele politieke steun nodig om armoede te bestrijden

Het College voor de Rechten van de Mens maakt zich zorgen over armoede op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Van Dooijeweert: “De hoge levenskosten, het feit dat een groot deel van de bevolking niet rond komt en het tekort aan sociale huisvesting zijn allemaal zaken die totaal onacceptabel zijn in het kader van gelijke behandeling. Mensen op de eilanden hebben dezelfde mensenrechten als mensen in Nederland. De huidige regering zet zich nu gelukkig in om oprecht zaken te verbeteren op de eilanden. Maar voor echte vooruitgang op dit onderwerp, is brede structurele politieke steun nodig.”  

4. Gelijke rechten moeten ook opgaan voor Caribisch Nederland

Momenteel is de gelijke behandelingswetgeving nog niet van toepassing in Caribisch Nederland. Van Dooijeweert wil dat dit verandert. Deze wetgeving verbiedt discriminatie op grond van onder meer religie, ras en geslacht. Het streeft bijvoorbeeld naar gelijke betaling en verbiedt werkgevers om zwangere werknemers te discrimineren. Het College spoort de Nederlandse overheid aan om vaart te maken met de invoering van de gelijke behandelingswetgeving in het Caribische deel van Nederland.

Het mensenrechteninstituut is er ook voor de eilanden 

Het College voor de Rechten van de Mens heeft een breed mandaat en heeft sinds de oprichting in 2012 ook mandaat voor Caribisch Nederland. Ondanks het beperkte budget probeert het instituut zoveel mogelijk aandacht te geven aan de eilanden. Van Dooijeweert: “Ik benoem Caribisch Nederland in al mijn speeches in Nederland. Ik probeer ervoor te zorgen dat niemand dit deel van het Koninkrijk vergeet.” 

Meer informatie