Toegelicht

Een kwart van de Nederlanders ervaart discriminatie volgens nieuw SCP-onderzoek. Wat doet het College tegen discriminatie?

2 april 2020 - Laatste update 22 juni 2020

Ruim een kwart van de Nederlanders geeft aan discriminatie te ervaren, bijvoorbeeld in het onderwijs, op de arbeidsmarkt of in de publieke ruimte. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het College voor de Rechten van de Mens herkent veel van de uitkomsten en licht hieronder toe wat het zelf doet in de bestrijding van discriminatie.

Wat speelt er?

Het SCP hield in 2018 een grootschalige bevolkingsenquête onder ruim achtduizend Nederlanders. In het onderzoek werden aan respondenten tal van situaties voorgelegd die zich in het onderwijs, bij het zoeken naar werk, op het werk, bij instanties en in de publieke ruimte kunnen voordoen. Denk daarbij aan situaties als het niet verlengen van een tijdelijk contract, het niet gebruik kunnen maken van openbaar vervoer of seksuele intimidatie op school of tijdens het uitgaan.

Over alle voorgelegde situaties samengenomen, geeft 27% van de Nederlanders aan dat hij of zij in 2018 discriminatie heeft meegemaakt. Als ook de groep die twijfelt of er sprake was van discriminatie wordt meegenomen, is dat zelfs 38% van alle Nederlanders. Ten opzichte van vijf jaar geleden is de totale omvang van ervaren discriminatie gelijk gebleven, maar wordt er meer discriminatie ervaren op grond van geslacht en beperking en in het onderwijs. Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond ervaren relatief minder discriminatie dan vijf jaar geleden, maar zijn tegelijkertijd wel de groepen met veruit de hoogste teruggekoppelde discriminatiepercentages.

Ervaren discriminatie in het onderwijs

In het onderwijs is door het SCP een toename van ervaren discriminatie geconstateerd. Ruim één op de vijf studenten en scholieren zegt zonder twijfel discriminatie in het onderwijs te hebben meegemaakt. Dan kan het gaan om pesterijen of ander wangedrag van medestudenten, maar ook om vermeende onderschatting van het onderwijsniveau door docenten.

Ook bij het zoeken naar een stage komt discriminatie voor. Gemiddeld overkomt dit naar eigen zeggen één op de tien stagezoekers, maar dit percentage is onder Marokkaans-Nederlandse studenten veel hoger: maar liefst 44%. Het College heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht besteed aan stagediscriminatie in het mbo. Stagediscriminatie ontneemt jongeren niet alleen het recht op een gelijke behandeling, ook belemmert het hen in hun verdere loopbaanontwikkeling. Op dit moment werkt het College aan een praktische handreiking over stagediscriminatie voor onderwijsinstellingen.

Ervaren discriminatie op de arbeidsmarkt

Uit het SCP onderzoek blijkt ook dat ruim een kwart van de werkzoekenden vermoedt te zijn gediscrimineerd bij het vinden van een (nieuwe) baan. In meer dan de helft van alle gevallen wordt leeftijd als vermeende reden van discriminatie aangedragen (56%), veel vaker dan andere discriminatiegronden. Het betreft hier vooral oudere werkzoekenden. Maar liefst de helft van de 55-plussers ervaart discriminatie bij het zoeken naar werk, veel meer dan jongere leeftijdsgroepen (14%-34%). Ook mensen met een beperking en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond rapporteren minstens dubbel zo vaak discriminatie als mensen zonder beperking of zonder migratieachtergrond.

Stereotypering en vooroordelen spelen daar vaak een belangrijke rol bij. Daarom verzorgt het College al een aantal jaren trainingen voor werkgevers om de invloed van (bewuste en onbewuste) vooroordelen op hun werving- en selectiekeuzes zoveel mogelijk te verminderen. Momenteel werkt het College ook aan twee onderzoeken over arbeidsmarktdiscriminatie: een vervolgmeting over het aandeel van leeftijdsverwijzing in vacatureteksten en een (vervolg)onderzoek naar zwangerschapsdiscriminatie. In zijn nieuwe strategische programma Digitalisering en Mensenrechten focust het College onder andere op nieuwe, gedigitaliseerde werving- en selectieprocessen en het risico daarbij op discriminatie.

Ervaren discriminatie door instanties en in de publieke ruimte

Uit het SCP-onderzoek blijkt dat gemiddeld 9% van de Nederlanders discriminatie ervaart door instanties, zoals op de woningmarkt, in contact met politie of door overheden. Ten opzichte van andere terreinen is dat percentage relatief lager, maar nader bekeken vond het SCP een aantal opvallende en voor het College herkenbare uitkomsten. Bijvoorbeeld over ervaren discriminatie als gevolg van etnisch profileren door de politie. Woningmarktdiscriminatie komt vaker (vermeend) voor dan vijf jaar geleden, met name bij het verkrijgen van huurwoningen.

Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en mensen met een beperking geven aan op dit terrein bovengemiddeld vaak discriminatie mee te maken. Het College signaleert deze ervaringen ook. Het College rapporteert als toezichthouder op de naleving van het VN-verdrag handicap, waarbij afgelopen jaar de toegankelijkheid van goederen en diensten centraal stond.

In de openbare ruimte komt discriminatie ook met enige regelmaat voor (stelt zeker 12% van de Nederlanders), bijvoorbeeld op straat, in het (ov)verkeer of bij het uitgaan. Incidenten op straat spelen vaker onder mensen met een (naar eigen zeggen vooral zichtbare) migratieachtergrond, een beperking of onder LHB-personen. De jaarlijkse mensenrechtenrapportage van het College over 2019, die voor de zomer van dit jaar uitkomt, heeft dan ook het thema ‘Veilig jezelf zijn in het openbaar’.

Gevolgen van discriminatie zijn aanzienlijk

Mensen die discriminatie ervaren, ongeacht of die vermoedens terecht zijn of niet, ondervinden hiervan volgens het SCP-onderzoek serieuze gevolgen. Zo blijkt dat ervaren discriminatie samenhangt met de houding ten opzichte van de samenleving. Mensen die discriminatie ervaren voelen zich minder betrokken bij de samenleving en hebben minder vertrouwen in instituties (regering, politie, rechtspraak), te meer als ze op meerdere terreinen (‘chronischer’) discriminatie ervaren.

Daarnaast trekken mensen die menen gediscrimineerd te zijn zich op allerlei manieren terug uit de samenleving. Zo is 9% van de studenten/scholieren met een discriminatie-ervaring gestopt met de opleiding. Eén op de vijf werkzoekenden die zich gediscrimineerd voelen is gestopt met het zoeken naar werk en van de werkenden met een discriminatie-ervaring heeft 15% vanwege discriminatie ander werk gezocht en is 23% gestopt met werken. Mensen met discriminatie-ervaringen rapporteren daarnaast vermijdingsgedrag en gevoelens van angst, eenzaamheid en onveiligheid.

Wat doet het College met discriminatie-ervaringen?

Iedereen met een discriminatie-ervaring in het onderwijs, bij werk of als consument kan bij het College terecht. Op het spreekuur van het College kunnen mensen dagelijks vrijblijvend melding doen van hun discriminatie-ervaring. Mensen kunnen bellen om uitleg te krijgen over het gelijkebehandelingsrecht of gewoon om hun verhaal kwijt te kunnen.

In sommige situaties kan het College melders niet verder helpen, omdat hun situatie bijvoorbeeld niet binnen de reikwijdte van de gelijkebehandelingswetgeving valt of omdat andere organisaties ze beter kunnen helpen.

In die gevallen verwijst het College door naar andere instanties, zoals een antidiscriminatiebureau of de Nationale ombudsman. De lokale en regionale antidiscriminatiebureaus zijn instanties die mensen met discriminatie-ervaringen actief hulp en juridische assistentie kunnen verlenen bij het indienen van hun discriminatieklacht. Via www.discriminatie.nl of via de app Meld Discriminatie Nu! komen mensen die contact zoeken met een antidiscriminatiebureau snel bij het juiste bureau terecht.

Verzoek om een oordeel

Het College heeft ook de wettelijke bevoegdheid om discriminatie-klachten te onderzoeken en daarover een juridisch oordeel te vellen: een oordeel of in het betreffende geval de gelijkebehandelingswetten zijn nageleefd of niet. Ook mensen die twijfelen of ze echt gediscrimineerd zijn kunnen het College vragen om hun discriminatieklacht te onderzoeken. Wel is daarvoor meer nodig dan alleen een gevoel van discriminatie.

Lage meldingsbereidheid, maar waarom toch melden

Zoals vaker aangekaart, blijkt ook uit het SCP-onderzoek dat relatief weinig mensen melding doen van discriminatie. Ook het College herkent deze lage meldingsbereidheid en ziet dat de meldingen en klachten die het College bereiken het topje van de ijsberg zijn. Zo krijgen onze juristen dagelijks tijdens het spreekuur te horen dat mensen het lastig vinden om in en over een afhankelijkheidsrelatie, zoals die tussen werknemer en werkgever, te klagen over discriminatie. Denk bijvoorbeeld aan seksuele intimidatie op de werkvloer. De drempel om daarover te klagen is voor vrouwen erg hoog.

Uit het SCP onderzoek blijkt dat discriminatie op grond van geslacht meer ervaren wordt dan vijf jaar geleden. Ook het College signaleert een toename van het aantal meldingen en klachten over seksuele intimidatie. In het nieuwe strategisch programma Gendergelijkheid zal het College de komende jaren dan ook aandacht besteden aan het probleem van seksuele intimidatie op de werkvloer.

Hoewel het zeer begrijpelijk is dat men een drempel kan ervaren om discriminatie aan te kaarten, is melden erg belangrijk. Door melding te doen kunnen zaken worden opgehelderd en bespreekbaar worden gemaakt. Niet alleen voor de melder zelf, maar ook kan het positieve gevolgen hebben voor anderen die in een vergelijkbare situatie terecht kunnen komen. Zo volgt een groot deel (75-80%) van de organisaties dat door het College schuldig wordt bevonden aan discriminatie het oordeel van het College op door individuele maatregelen te treffen, dat wil zeggen een oplossing richting de melder en/of een maatregel van structurelere aard om discriminatie in de toekomst te voorkomen.

Meer informatie