Toegelicht

Groei dakloosheid is ook mensenrechtelijk zorgwekkend

23 augustus 2019 - Laatste update 23 augustus 2019

Dakloosheid is in Nederland nog steeds een groeiend probleem. Uit nieuwe cijfers van het CBS blijkt dat het aantal daklozen tussen 2009 en 2019 meer dan is verdubbeld. Dit is zorgwekkend: dak- en thuisloze mensen behoren tot de kwetsbaarste groepen in Nederland, en hun rechten staan op meerdere manieren onder druk. In deze Toegelicht gaat het College voor de Rechten van de Mens in op de vraag waarom deze toename van het aantal daklozen een mensenrechtelijk probleem is.

Daklozen halen een gratis maaltijd

Wat is er aan de hand?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde nieuwe schattingen van het aantal daklozen tussen de 18 en de 65. Daaruit blijkt dat het aantal daklozen is gestegen van 17,8 duizend in 2009, tot 39,3 duizend in 2019. Daarbij valt vooral op dat de groep daklozen tussen de 18 en de 30, en de groep daklozen met een migratieachtergrond beiden zijn verdriedubbeld. Deze cijfers geven bovendien slechts een deel van het probleem weer: de veel grotere groep thuislozen – mensen zonder eigen huis, maar die permanent elders wonen, zoals bij vrienden of in de daklozenopvang – zijn in de schatting niet meegenomen. Ook zijn uitgeprocedeerde asielzoekers en wachtenden voor de geestelijke gezondheidszorg niet meegenomen.

Mogelijke oorzaken van groeiende dakloosheid

De oorzaak lijkt volgens het CBS vooral te zitten in de toename van mensen die met langdurige economische problemen te maken krijgen, zoals jongeren die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet aan het werk komen. Ook lijkt het voor mensen met schulden steeds moeilijker om een huis te kunnen betalen, omdat huisvesting steeds duurder wordt ook allerlei andere vaste lasten steeds hoger uitvallen. De in 2015 ingevoerde kostendelersnorm voor mensen met een uitkering heeft zeker gevolgen gehad, evenals bezuinigingen op de GGZ, aldus het CBS in de Volkskrant.

Zonder veilige plek is realisatie andere rechten lastig

Het recht op huisvesting is een belangrijk mensenrecht, niet alleen als recht op zichzelf, maar ook als voorwaarde voor het realiseren van andere rechten. Het recht is in meerdere internationale en Europese mensenrechtenverdragen opgenomen, soms als onderdeel van het recht op een behoorlijke levensstandaard. Goede huisvesting hangt bovendien sterk samen met andere rechten, zoals het recht op een privé- en familieleven,  het recht op zorg en het recht op onderwijs. Juist dakloze mensen behoren vaak tot groepen die in kwetsbare situaties zitten en problemen ervaren met toegang tot goede zorg, toegang tot arbeid en onderwijs. Ook hebben zij vaak het gevoel niet serieus te worden genomen als ze voor hulp aankloppen. Dat terwijl een veilig thuis, goede zorg en bestaanszekerheid geen gunsten zijn, maar rechten.

Toegang tot huisvesting bevorderen

Het recht op huisvesting betekent niet per definitie dat iedereen individueel recht heeft om een huis te hebben. Het betekent wel dat de overheid maatregelen moet nemen om toegang tot huisvesting te bevorderen en dakloosheid tegen te gaan. De VN-Speciale Rapporteur noemde dakloosheid in 2005 al “het ernstigste en meest zichtbare symptoom van gebrek aan respect voor het recht op huisvesting”, en ook de nieuwe Speciale Rapporteur heeft aandacht voor dit probleem gevraagd.

Situatie mag niet achteruitgaan

Om dakloosheid tegen te gaan mag de overheid in beginsel zelf kiezen welke maatregelen er worden genomen: die kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het bouwen van sociale huisvesting, maar ook het voorkomen van huisuitzettingen. Er mag in ieder geval geen achteruitgang plaatsvinden; dit is ook wel bekend als het regressieverbod. Hier zit een duidelijke uitdaging. Waar het College in 2016 nog voorzichtig constateerde dat de groei van het aantal dak- en thuislozen leek te stabiliseren, blijkt uit de nieuwe cijfers dat de groei alleen maar is toegenomen.

Wat doet het College?

Het College heeft onder andere in de Jaarlijkse Rapportage van 2016 omtrent armoede, sociale uitsluiting en mensenrechten gepleit voor het centraal stellen van mensenrechten in het huisvestingsbeleid. Daarbij heeft het College in het bijzonder het risico van dakloosheid aangekaart, dat dreigt voor mensen die in armoede leven. Daarnaast heeft het College in 2018 de titel MensenrechtenMens in het teken gesteld van dak- en thuisloosheid, om aandacht te vragen voor dit probleem in Nederland.

Het College heeft verder gepleit voor een integrale aanpak van dakloosheid. Dat betekent onder andere dat de oorzaken van dakloosheid moeten worden aangepakt, waaronder de groeiende kosten van huisvesting, de krimpende sociale woningvoorraad, de toename van het aantal mensen in armoede en met schuldenproblematiek, en de toename van het aantal mensen dat geen toegang heeft tot (geestelijke) gezondheidszorg.

Samenwerking is essentieel

Deze aanpak vraagt om een goede samenwerking tussen verschillende onderdelen van de overheid: zowel tussen ministeries onderling, als tussen de landelijke overheid en de gemeenten. Daarbij benadrukt het College dat passende huisvesting geen sluitstuk is als andere problemen van dakloze mensen zijn opgelost, maar een essentieel element van de aanpak.

Uit de reactie van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Paul Blokhuis, blijkt dat hij de urgentie van het probleem inziet. Het College juicht toe dat hij in gesprek met minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaat om meer structurele problemen met de beschikbaarheid van betaalbare woningen op te pakken. Het College blijft de voortgang van deze aanpak volgen en erop wijzen dat het realiseren van het recht op huisvesting en het voorkomen van dakloosheid belangrijke plichten van de overheid zijn.