Het College voor de Rechten van de Mens vraagt om betere onderbouwing en verduidelijking van de Tijdelijke wet testbewijzen

15 maart 2021 - Laatste update 15 maart 2021

Het College voor de Rechten van de Mens heeft vandaag zijn advies uitgebracht over het voorstel voor een Tijdelijke wet testbewijzen covid-19. In dit advies stelt het College positief te zijn over het feit dat testbewijzen vooral worden ingezet in zogenaamde niet-essentiële sectoren en eventueel in het onderwijs. Wel vindt het College dat de regering de periode en omstandigheden waaronder testbewijzen zullen worden ingezet verder moet afbakenen. Ook heeft het College op onderdelen behoefte aan een betere onderbouwing van de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen. Tot slot worden er een aantal aandachtspunten voor het gebruik van testbewijzen in het onderwijs gegeven en bekijkt het College het wetsvoorstel vanuit het perspectief van het VN-verdrag handicap. 

Tijdelijke wet testbewijzen covid-19

Het kabinet kwam vorige week met een voorstel voor een Tijdelijke wet testbewijzen covid-19. Met de inzet van testbewijzen wil het kabinet delen van de samenleving heropenen en tegelijkertijd de verspreiding van het coronavirus terugdringen. Met de app CoronaCheck kunnen mensen straks door middel van een testbewijs aantonen dat zij negatief getest zijn op het coronavirus. Een negatief testresultaat geeft vervolgens toegang tot bijvoorbeeld horeca, sport, evenementen en culturele instellingen. Daarnaast moet een testbewijs ook zorgen voor meer fysiek onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. Eind deze maand wordt het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet heeft het College om advies gevraagd over dit wetsvoorstel. 

Afbakening noodzakelijk

Het beperken van mensenrechten door het verplichten van een testbewijs, bijvoorbeeld het recht op respect voor privéleven en lichamelijke integriteit, moet een goede juridische basis hebben. Er moet duidelijk worden aangegeven wanneer en onder welke voorwaarden een testbewijs gebruikt kan worden. In het wetsvoorstel worden verschillende begrippen gebruikt, zoals evenementen en sportactiviteiten, die helder moeten worden gedefinieerd. Het is bijvoorbeeld nog niet duidelijk of kerkdiensten, bruiloften en begrafenissen ook onder het begrip ‘evenementen’ vallen en wat precies het verschil is tussen de gebruikte termen. Verder vindt het College de door de regering voorgestelde Routekaart geen goed uitgangspunt om te bepalen wanneer de testbewijzen kunnen worden ingezet.

Effectiviteit onderbouwen

In het wetsvoorstel staat dat een testbewijs niet nodig is voor werknemers van de betrokken sectoren. Het College onderschrijft dat het verplichten van een testbewijs voor werknemers een zeer ingrijpende maatregel is. Er bestaat nu echter een risico dat zij het virus verspreiden onder deelnemers of bezoekers die wel een negatief testbewijs moeten hebben om toegang te krijgen. Het College adviseert daarom om goed toe te lichten hoe de effectiviteit van deze maatregel kan worden gegarandeerd. Ook is het belangrijk dat de overheid duidelijk communiceert dat een negatief testbewijs niet betekent dat het risico op verspreiding nihil zal zijn.

Testbewijzen in het onderwijs

Het recht op onderwijs is een belangrijk mensenrecht. Volgens het wetsvoorstel moet een testbewijs ook zorgen voor meer fysiek onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. Het uitgangspunt is dat dit op vrijwillige basis gebeurt. Deze maatregel kan echter leiden tot een indirecte verplichting tot zeer regelmatig testen voor het volgen van fysiek onderwijs. Daarnaast kan dit leiden tot kansongelijkheid en/of studievertraging omdat niet alle jongeren dezelfde kwaliteit van onderwijs krijgen. Het College maakt zich hier grote zorgen om. De Staat is op grond van onder meer het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind verplicht om het recht op onderwijs op grond van gelijke kansen waar te maken. Daarom verzoekt het College om dit onderdeel beter te verstevigen en toe te lichten in de uiteindelijke wet.

Betrekken van mensen met een beperking

Zoals het College sinds de uitbraak van het coronavirus altijd heeft benadrukt, is het van groot belang dat het VN-verdrag handicap ook tijdens een pandemie wordt nageleefd. Het actief betrekken van mensen met een beperking bij het maken van wetten en regelgeving is een belangrijke verplichting van het verdrag. Uit het wetsvoorstel wordt niet duidelijk of, en zo ja hoe, ervaringsdeskundigen betrokken zijn bij de ontwikkeling van deze wet. Het College adviseert de regering om dit alsnog te doen en ook om expliciet aandacht te besteden aan de suggesties vanuit deze groep in de consultatie. Daarnaast beveelt het College aan om mensen met een beperking direct te betrekken bij het uitwerken en testen van de applicatie waarmee testbewijzen verkregen kunnen worden. Ook moet bij de informatievoorziening rondom het doel en de toepassing van dit verdrag aandacht zijn voor mensen met verschillende beperkingen.

Lees hier het hele advies van het College.