Onderzoek: de vrijheid van meningsuiting volgens Nederland?

15 november 2018 - Laatste update 15 november 2018

De vrijheid van meningsuiting. Geen mensenrecht is zo bekend en zo veelbesproken als het recht om te zeggen en schrijven wat je denkt. Samen met het recht om te demonstreren ligt vrijheid van meningsuiting aan de basis van een vrij en democratisch land. Het College voor de Rechten van Mens heeft onderzocht hoe Nederlanders tegen dit recht aankijken.

Een jong meisje zit op iemands nek en steekt boven demonstranten uit

Steun voor uitingen afhankelijk van inhoud

Uit een representatieve enquête onder 2.326 respondenten blijkt dat Nederlanders veelal vinden dat iedereen vrij moet zijn om zijn of haar mening te kunnen uiten. Wel is die steun afhankelijk van de vorm en inhoud van de uiting. Ook vinden de ondervraagden dat er een groot verschil is tussen online en offline zeggen wat je wilt. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat iedereen in het openbaar moet kunnen zeggen wat hij denkt. Op social media neemt die steun voor het vrije woord af naar 24%. Ook vindt 60% van de bevolking dat social media berichten moeten verwijderen die beledigend zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen.

Anderen zijn overgevoelig

Bijna twee-derde van de bevolking vindt dat mensen te snel gekwetst zijn door de mening van een ander. Zelf voelen mensen zich maar zelden gekwetst: 9% voelt zich vaak gekwetst door uitingen die onder het mom van de vrijheid van meningsuiting worden gedaan.

Demonstratievrijheid: steun afhankelijk van onderwerp

Het recht om in het openbaar te demonstreren wordt door Nederlanders gesteund. Slechts 6% zegt ‘Oneens’. Er is wel een grote groep die het in midden houdt. Voor hen zal het afhangen van vorm en of inhoud. Dat blijkt als we verschillende soorten demonstraties voorleggen: een lerarenstaking krijgt met 69% duidelijk meer steun dan een anti-Zwarte Pietendemonstratie: 16% vindt zo’n demonstratie zeer acceptabel. 

Rol van de overheid

Vrije meningsuiting vraagt in de eerste plaats van de overheid dat zij zich niet mengt in de uitings- en demonstratievrijheid. Daarnaast is de overheid verplicht om de vrije meningsuiting te beschermen en de kennis daarover te vergroten. Dat begint al in het onderwijs. Het is cruciaal dat kinderen deze vrijheden en de grenzen daarvan leren kennen. Vrijheid van meningsuiting gaat niet alleen om de eigen vrijheid, maar ook om die van anderen.

Wettelijke grenzen

De vrijheid van meningsuiting is in Nederland beschermd in artikel 7 van de Grondwet. Dit grondwetsartikel regelt in de eerste plaats dat niemand voorafgaande toestemming van de overheid nodig heeft om iets te schrijven of te zeggen. De vrijheid van meningsuiting beschermt ook het uiten van meningen waar de overheid, of zelfs een groot deel van de bevolking het niet mee eens is. Zelfs als uitingen als kwetsend, schokkend of verontrustend worden ervaren, mogen ze ‘geuit’.  Er zijn echter wel degelijk grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, maar die mogen alleen bij wet gesteld worden. De belangrijkste wet die grenzen stelt aan de inhoud van uitingen is het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Demonstreren is ook een vorm van meningsuiting. Ook dit recht is niet onbegrensd. Volgens artikel 9 van de Grondwet kan de wet regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en om wanordelijkheden te bestrijden of te voorkomen. De wet die in Nederland vreedzame betogingen regelt is de Wet openbare manifestaties (WOM).n die wet is geregeld dat er geen toestemming van de overheid nodig is om te mogen betogen. Het is daarentegen wel vereist dat de burgemeester op de hoogte wordt gebracht dát er gedemonstreerd gaat worden. Zo kan hij of zij de ordehandhaving organiseren. De burgemeester mag daarbij vragen naar het onderwerp van of de reden voor de demonstratie. Dat kan van belang zijn voor het inschatten van risico’s. Echter, de inhoud van uitingen tijdens de demonstratie, hoeft niet van te voren besproken te worden.

Lees het hele rapport op mensenrechten.nl.