Roma, Sinti en woonwagenbewoners nog altijd slachtoffer van discriminatie

23 september 2020 - Laatste update 23 september 2020

Roma, Sinti en woonwagenbewoners voelen zich sterk uitgesloten van de Nederlandse samenleving. Ook ervaren zij regelmatig discriminatie. Onder meer op school en bij het zoeken naar een woning. Dit blijkt uit het rapport van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) over Roma, Sinti en woonwagenbewoners in zes Europese landen. Hoe groot is het probleem in Nederland? En wat moet er gebeuren?

Discriminatie Roma, Sinti en woonwagenbewoners in Nederland

Ruim vier op de tien (43 procent) Sinti en woonwagenbewoners in Nederland ervaart discriminatie. Zo laat het onderzoek van het FRA zien. Het gaat daarbij om beledigende of bedreigende opmerkingen, dreigingen met geweld en beledigende gebaren of nastaren. Dit komt zowel online als offline voor. Van de Roma die betrokken zijn bij het onderzoek gaf zelfs 83 procent aan discriminatie mee te maken.

Discriminatie op school, werk en gezondheidszorg

Roma, Sinti en woonwagenbewoners ervaren discriminatie onder andere wanneer zij in contact zijn met onderwijsinstanties. Bijvoorbeeld als ouder of als student. In de afgelopen vijf jaar voelde 51 procent van de Roma en 38 procent van de Sinti en woonwagenbewoners zich daar gediscrimineerd.

Nog vaker krijgen deze groepen te maken met discriminatie op het werk. Meer dan de helft van de Roma (67 procent), Sinti en woonwagenbewoners (54 procent) hebben in vijf jaar tijd discriminatie ervaren bij het zoeken naar een baan. Discriminatie in de gezondheidszorg komt ook regelmatig voor.

Betere registratie discriminatie bij de politie

In het licht van deze schokkende cijfers doet het FRA een aantal aanbevelingen aan de Europese Unie en de Europese lidstaten. Interessant voor Nederland is de nadruk die het FRA legt op het beter registreren van discriminatie. Dit is volgens het FRA nodig om onderzoek en vervolging van hatecrime te faciliteren.

Het College voor de Rechten van de Mens  (College) deed dezelfde aanbeveling in zijn jaarrapportage 2019 over het recht om veilig jezelf te zijn in het openbaar. De Nederlandse politie pikt het discriminerend aspect niet altijd op of registreert dit niet altijd. Daardoor wordt discriminatie vaak niet vervolgd of bestraft. Om die reden ziet het College meerwaarde in het wetsvoorstel om hatecrime als strafbepaling op te nemen in het Wetboek van Strafrecht. Onlangs adviseerde het College over het versterken van het wetsvoorstel.

Discriminatie op de woningmarkt

Het FRA rapporteert ook over discriminatie van Roma, Sinti en woonwagenbewoners op de Nederlandse woningmarkt. Veel Roma (69 procent) ervaren discriminatie bij het zoeken naar een huur- of koopwoning. Bijna een op de acht Sinti en woonwagenbewoners (78 procent) hebben dezelfde ervaring. Deze laatste groep voelen zich onder meer gediscrimineerd bij het zoeken naar een woonwagenstandplaats.

Veel Sinti en woonwagenbewoners hebben de wens om in een woonwagen te wonen, op een locatie waardoor ze nauwe sociale en familiebanden kunnen onderhouden. Dit is onderdeel van hun cultuur en identiteit. Uit het FRA-onderzoek blijkt dat 98 procent van de Sinti en woonwagenbewoners in Nederland vinden dat er onvoldoende standplaatsen zijn om volgens hun woonwagentraditie te leven.

Mensenrechten en woonwagens

Mensenrechten verplichten de overheid ertoe de woonwagencultuur te beschermen. Dat benadrukt ook het FRA. Deze verplichtingen houden in dat het mogelijk moet zijn voor woonwagenbewoners om in een woonwagen te wonen.

Verschillende Nederlandse gemeenten voerden echter jarenlang beleid dat gericht was op het laten verdwijnen van woonwagenstandplaatsen. Daardoor waren er steeds minder plekken beschikbaar in Nederland. Het College heeft meermaals geoordeeld dat dergelijk beleid in strijd is met de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) (bijvoorbeeld oordeel 2014-165 tegen de gemeente Oss  en oordeel 2017-55 tegen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).

Naar een mensenrechtelijk woonwagenbeleid

In 2018 maakte de rijksoverheid een stap naar een mensenrechtelijk woonwagenbeleid. Daarover adviseerde het College. In het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid staan verschillende mensenrechtelijke uitgangspunten die centraal moeten staan voor gemeenten en woningcorporaties bij het maken en uitvoeren van woonwagenbeleid.

Ook na het beleidskader zijn er verschillende zaken ingediend bij het College door woonwagenbewoners. Sommige zaken spitsen zich toe op het uitblijven van actie bij gemeenten om nieuwe standplaatsen te ontwikkelen (bijvoorbeeld oordeel 2019-126 tegen de gemeente Nijmegen), anderen zien op de vraag of de AWGB woonwagenbewoners het recht geeft om op een specifieke locatie te wonen (bijvoorbeeld oordeel 2019-58 tegen de gemeente Deventer en oordeel 2019-132 tegen de gemeente Stadskanaal).

Diverse gemeenten en corporaties zijn inmiddels aan de slag gegaan met de uitwerking van het nationale beleidskader. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een handreiking over het woonwagenbeleid. Het doel daarvan is om gemeenten te helpen bij het uitvoeren van het beleidskader en de mensenrechten van Sinti en woonwagenbewoners te beschermen. Het College heeft de VNG daarover geadviseerd.

Meer informatie