Foto van een demonstrerende vrouw met Oekraïense vlaggen
Dossier

Oorlog in Oekraïne

De afgelopen weken zien we elke dag de verschrikkelijke beelden van de oorlog in Oekraïne. Het College veroordeelt de Russische invasie van Oekraïne en ondersteunt de Oekraïense Ombudsman, de zusterorganisatie van het College. In tijden van oorlog staan mensenrechten onder zware druk. Momenteel rapporteert de Oekraïense Ombudsman over mensenrechtenschendingen die plaatsvinden in Oekraïne. Maar ook mensenrechten in Nederland worden geraakt. Zo zijn er veel vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland aangekomen, wordt er gesproken over een informatieoorlog en verschijnen er berichten over discriminatie en uitsluiting van Russen en Belarussen in Nederland. In dit dossier staat meer informatie over de impact van de oorlog in Oekraïne op mensenrechten in Nederland. 

    1. Opvang Oekraïense vluchtelingen

    Hoe zit het met speciale regelingen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen? 

    In maart 2022 is de Europese Tijdelijke beschermingsrichtlijn geactiveerd voor vluchtelingen uit Oekraïne.  Door de richtlijn krijgen Oekraïense vluchtelingen een speciale verblijfstatus in Nederland zonder eerst de asielprocedure te doorlopen. Het is een uitzonderlijke procedure en kan alleen worden toegepast wanneer er een risico bestaat dat het asielsysteem de grote toestroom van vluchtelingen niet op een goede manier kan verwerken.  

    Omdat Oekraïense vluchtelingen onder deze tijdelijke richtlijn vallen ontvangen zij op de korte termijn meer voordelen dan andere vluchtelingen. Vluchtelingen uit Oekraïne mogen bijvoorbeeld meteen deelnemen aan de arbeidsmarkt in Nederland, tussen Europese landen reizen en zich bij de gemeente inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). De richtlijn wordt in Nederland zo geïmplementeerd dat iedereen die de tijdelijke bescherming ontvangt ook de asielprocedure in gaat. Na een jaar of maximaal drie jaar wordt de tijdelijke bescherming weer opgeheven. Dan kan iemand alleen blijven als er een beslissing over de verblijfsstatus is gemaakt via de reguliere asielprocedure. Op de lange termijn kan deze bijzondere bescherming voor Oekraïense vluchtelingen nadelig uitpakken.  Zij moeten immers veel langer wachten op een beslissing over een meer permanente verblijfsstatus dan asielzoekers die niet onder de richtlijn vallen.

    Wat zeggen mensenrechten over de gelijke behandeling van vluchtelingen? 

    Het College is zeer verheugd dat er zoveel wordt gedaan voor vluchtelingen uit Oekraïne. Het is echter niet toegestaan om bijvoorbeeld in het verstrekken van opvang door gemeenten voorkeur te geven aan vluchtelingen uit een bepaald land. Dat is in strijd met het recht op gelijke behandeling, waarbij mensen op grond van nationaliteit en afkomst niet mogen worden gediscrimineerd (artikel 7a Algemene wet gelijke behandeling (Awgb)). Ook andere vluchtelingen in Nederland hebben recht op een onderkomen en op onderwijs.  

    Dat vluchtelingen uit Oekraïne een andere verblijfstitel hebben omdat ze bijvoorbeeld een beroep kunnen doen op het Associatieverdrag met de EU of op de Richtlijn tijdelijke bescherming betekent niet dat gemeenten verboden onderscheid mogen maken bij het bieden van huisvesting op grond van ras of nationaliteit. Dit onderscheid mag alleen gemaakt worden als (inter)nationale regelgeving daartoe verplicht (artikel 2, lid 5 sub a Awgb). Dat is er niet op het gebied van huisvesting.  

    Wie moet er voor voldoende opvanglocaties zorgen?

    Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne op 24 februari 2022 zijn al meer dan 4 miljoen mensen het land ontvlucht. Meer dan 22.000 Oekraïners worden tot nu toe in Nederland opgevangen. Het is niet eenvoudig om voldoende opvangplekken te regelen, des te meer omdat er al lange tijd een groot tekort is aan opvangplekken. Ondertussen hebben alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland afgesproken om elk 2000 vluchtelingen uit Oekraïne op te nemen. Tegelijkertijd heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de noodklok geluid over de opvang van niet-Oekraïense asielzoekers in Nederland. Er zijn met spoed meer plekken nodig voor vluchtelingen uit bijvoorbeeld Syrië en Afghanistan. Onder de asielzoekers in de opvang in Nederland heeft een derde bovendien al een verblijfsstatus (bijvoorbeeld evacués uit Afghanistan). Zij horen niet meer in de opvang thuis, maar moeten in een gemeente een vaste woning krijgen. Er is bovendien onvoldoende reguliere opvang in AZCs, waardoor veel van hen zich in noodopvang bevinden waar de leefomstandigheden niet goed zijn.  

    Voor Oekraïners die onder de beschermingsrichtlijn vallen is de gemeente verantwoordelijk voor de opvang. Dit terwijl de COA verantwoordelijk is voor de opvang van vluchtelingen die via de reguliere asielprocedure ons land binnenkomen. Het College benadrukt dat alle mensen het recht hebben om asiel aan te vragen in Nederland en om opgevangen te worden in goede omstandigheden terwijl die aanvraag loopt. Het maakt hierbij niet uit of de gemeente of het COA de verantwoordelijkheid heeft gekregen. Elke overheidsinstantie is zelfstandig verplicht om de mensenrechten te beschermen.  

    Welke standaarden gelden voor opvanglocaties voor vluchtelingen? 

    Mensenrechten eisen dat vluchtelingen op een veilige en gezonde manier kunnen verblijven in de opvang. Bij aankomst in Nederland is er bij asielzoekers grote behoefte aan rust, stabiliteit en veiligheid. Opvangvoorzieningen moeten ook de fysieke en geestelijke gezondheid van de asielzoekers beschermen (onder meer artikel 8 EVRM en artikel 17 lid 2 Opvangrichtlijn). Hieronder valt het zorgen voor veiligheid en privacy, en het nemen van maatregelen voor de bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, vrouwen en LHBTI-ers.  

    Hoe langer het verblijf in noodopvang duurt, hoe meer bovenstaande rechten in het gedrang komen. Daarom roept het College, samen met de Nationale Ombudsman/Veteranenombudsman en de Kinderombudsman, staatssecretaris van der Burg op om de Afghaanse gezinnen met spoed duurzaam onder te brengen in de toegewezen gemeenten. Zij hebben al een verblijfsstatus, maar verhuizen desondanks al maanden van noodopvang naar noodopvang. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de ontwikkeling van de kinderen en zorgt voor vertraging van de inburgering van de volwassenen. 

    Lees verder: 'Plaats Afghaanse gezinnen met spoed duurzaam in gemeente' 

    2. Toegang tot informatie 

    Hoe zit het met het verbod van Russische staatsmedia en mensenrechten? 

    De Europese Unie weert sinds maart 2022 bijna volledig de Russische staatsmedia Russia Today (RT) en Sputnik. De EU heeft RT en Sputnik tijdelijk verboden op tv, via de satelliet, via het internet, op online platforms en via apps. Internetproviders die geen gehoor geven aan de blokkade, plegen een strafbaar feit.  

    Het College erkent dat desinformatie ontwrichtend kan werken in de samenleving. Het algehele verbod van RT en Sputnik vormt een zeer vergaande inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Een inbreuk moet een legitiem doel dienen, en noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat betekent dat er een gedegen afweging moet zijn, maar die ontbreekt volgens het College op dit moment.  

    Lees verder: 'Verbod op Russische staatsmedia op gespannen voet met vrijheid van meningsuiting

    Welke impact heeft desinformatie over de oorlog in Oekraïne op mensenrechten? 

    Deze oorlog wordt een informatieoorlog genoemd. In Rusland beïnvloedt de overheid de informatievoorziening over de oorlog en is er veel sprake van desinformatie. Zo is het verboden om ‘onware informatie’ te verspreiden en zelfs verboden om het woord ‘oorlog’ te gebruiken. Media die dit verbod overtreden, riskeren een gevangenisstraf van vijftien jaar. De wet geldt ook voor buitenlandse journalisten. Het gevolg hiervan is dat verschillende onafhankelijke nieuwsmedia zijn gestopt en bijna alle buitenlandse (inclusief Nederlandse) correspondenten het land hebben verlaten. Als burgers en journalisten helemaal geen kritiek meer mogen hebben op de overheid, dan is dat een zware schending van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.

    3. Discriminatie van Russen

    Hoe zit het met het weren van Russen in Nederland? 

    Vlak na het uitbreken van de oorlog verschenen er berichten in de Nederlandse media dat mensen uit Rusland en Belarus bijvoorbeeld worden geweerd van sportevenementen en dat huurcontracten werden opgezegd. Dat betekent dat deze mensen ongelijk behandeld werden vanwege hun nationaliteit. Het maken van onderscheid op grond van nationaliteit bij het aanbieden van goederen en diensten is verboden. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld bij officiële sancties, maar die moeten dan aan zeer strenge eisen voldoen. Bovendien is het opleggen van dit soort sancties aan de overheid, niet aan individuele aanbieders van goederen of diensten.   

    Lees hier meer over: 'Discrimineer geen Russen in Nederland' 

    4. Sociaaleconomische gevolgen 

    Welke impact heeft het sanctiebeleid op mensenrechten in Nederland? 

    De Europese Unie heeft diverse sancties afgekondigd richting Rusland. Zo mag er geen zaken worden gedaan met bepaalde personen, bedrijven of organisaties uit Rusland en mogen bepaalde goederen en diensten niet of onder strikte voorwaarden naar Rusland worden geëxporteerd, of uit Rusland worden geïmporteerd. Nederland zoekt ook naar mogelijkheden om zoveel mogelijk van Russisch gas af te gaan. 

    Door deze sancties en de oorlog in Oekraïne, waardoor bijvoorbeeld de export van graan uit Oekraïne wordt bemoeilijkt, is er sprake van inflatie. Dat betekent dat het leven in Nederland duurder is geworden. Zo stijgen de energie- en brandstofprijzen en zijn graan en bouwmaterialen duurder geworden. Dat raakt iedereen in Nederland, burgers en bedrijven.  

    Het sanctiebeleid heeft gevolgen voor de uitoefening van mensenrechten, zoals het recht op arbeid en het recht op huisvesting. Hogere kosten voor het levensonderhoud kunnen ertoe leiden dat mensen schulden krijgen of dat deze verder oplopen, wat zelfs tot verlies van hun huis kan leiden. Bedrijven die de gasprijzen niet meer kunnen betalen, kunnen failliet gaan. Dat leidt tot verlies van werk.  

    Waarop moet de overheid letten bij compensatiebeleid zoals verlaging van accijnzen en energiekosten? 

    De Nederlandse overheid heeft de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor Nederland willen beperken. Zo kondigde het kabinet in april een tijdelijke verlaging van accijnzen af voor voertuigbrandstof. En ook is er een voorstel voor een tijdelijke noodwet betaalbare energie gemaakt, waarmee huishoudens gecompenseerd worden voor de sterk gestegen energiekosten.  

    Hoewel iedereen geraakt wordt door de inflatie, wordt niet iedereen gelijk geraakt. Sommige mensen zitten in een kwetsbare positie. Omdat zij een laag inkomen hebben, kunnen zij bijvoorbeeld de hoge energierekening en leven ze in de kou en zonder licht. Of zij werken als zzp’er en de kosten voor brandstof staan niet in verhouding tot de opbrengsten uit het werk.  

    Mensenrechten vereisen dat er in het bijzonder aandacht is voor mensen in kwetsbare posities. Het recht op non-discriminatie houdt in dat de overheid zich inzet om ongelijkheden aan te pakken, zodat iedereen van zijn rechten gebruik kan maken. Bij compensatiebeleid moet de behoeften van achtergestelde groepen daarom prioriteit krijgen, en tegelijkertijd ook de onderliggende oorzaken van bestaande achterstanden worden aangepakt. De overheid moet voorkomen dat mensen in armoede het hardst worden getroffen. Om die reden zouden bijvoorbeeld onder de noodwet betaalbare energie juist de huishoudens met de laagste inkomens het meest moeten profiteren.  

    Het College schreef eerder over de relatie tussen armoede en mensenrechten (2016) en over het recht op arbeid in tijden van (corona)crisis (2021): Mensenrechten in Nederland 2016 - Jaarlijkse Rapportage en 'Coronacrisis versterkt tweedeling op de arbeidsmarkt; urgente actie overheid nodig'

    5. Het ontslag van het Oekraïense mensenrechteninstituut

    Op 31 mei 2022 heeft het Oekraïense parlement het Hoofd van het Oekraïense mensenrechteninstituut ontslagen, zonder dat de wettelijke ontslagprocedure is gevolgd. Het is niet duidelijk waarom zij ontslagen is, maar het ontslag was mogelijk op basis van het noodrecht dat in Oekraïne sinds het begin van de oorlog van kracht is. 

    Ook in tijden van oorlog is het essentieel dat onafhankelijke toezichthouders, zoals het mensenrechteninstituut, effectief hun taken kunnen blijven uitvoeren. Door dit ontslag kan het functioneren van andere onafhankelijke toezichthouders onder druk komen te staan. Zij zouden zich bijvoorbeeld minder vrij kunnen voelen om kritiek te geven op de Oekraïense overheid, uit angst om ook ontslagen te worden.  

    Het Europese Netwerk van Mensenrechteninstituten (ENNHRI) en het Mondiale Netwerk van Mensenrechteninstituten (GANHRI) hebben een brief geschreven aan het Oekraïense parlement over dit ontslag. Zij geven aan dat het ontslag in strijd is met de eisen die daar internationaal voor gelden. Daarnaast heeft het ontslag grote gevolgen voor het functioneren van het Oekraïense mensenrechteninstituut. Het instituut kan bijvoorbeeld geen klachten meer ontvangen van burgers over mensenrechtenschendingen en geen bezoeken meer brengen om mensenrechtenbescherming in Oekraïne te onderzoeken.  

    Het College is solidair met het Oekraïense mensenrechteninstituut en steunt dan ook de oproep van ENNHRI en GANHRI aan het Oekraïense parlement om zo snel mogelijk overgangsmaatregelen te nemen en een tijdelijk Hoofd aan te wijzen totdat er een nieuw Hoofd is benoemd. Daarbij moet de benoeming van een nieuw Hoofd van het mensenrechteninstituut volgens de juiste procedure verlopen. Dat betekent onder andere dat deze procedure open en transparant moet zijn, zodat de onafhankelijkheid van het mensenrechteninstituut gegarandeerd blijft.   

    Onderwerpen

    mensenrechten